Dit boek schetst de geschiedenis en de betekenis van hennep in de verschillende medische systemen en leerstellingen en biedt een schat aan praktische toepassingen en recepten.
Al minstens 6000 jaar wordt hennep cultureel gebruikt als vezelbron, als voedsel en genotsmiddel, maar ook zijn veelzijdige medische kwaliteiten werden vroeg ontdekt. Het had een vaste plaats in de faraonische, Assyrische, antieke, islamitische en middeleeuwse geneeskunde. In de Chinese en Tibetaanse geneeskunde worden zijn euforiserende, antidepressieve eigenschappen gewaardeerd, in de Ayurveda wordt het geprezen als wondermiddel en afrodisiacum. Ook onze Germaans-Keltische voorouders gebruikten de plant medisch. Hildegard von Bingen gebruikte het net als Samuel Hahnemann, de grondlegger van de homeopathie.
In het moderne medische en farmacologische onderzoek worden nu de vroegere en de etnobotanische toepassingen van de hennepplant getest en grotendeels bevestigd.
Met een voorwoord van Dr. med. Franjo Grotenhermen.